Bakerpraatjes

08-09-2019 Nieuws Wilma Hollander

VLAARDINGEN - Iedere zondag op Vlaardingen24: Vlaardingers in den Vreemde! Vlaardingers die de Haringstad achter zich hebben gelaten om elders in de wereld hun geluk te zoeken, geven bij toerbeurt een kijkje in de keuken van hun leven 'in den vreemde'. Lees de belevenissen van Marijke Persijn (België), Cora Vlug (Verenigde Staten), Dick van der Pijl (Frankrijk) en vandaag Wilma Hollander (Griekenland).

‘O jee, het weer gaat veranderen...’ Dat was vanmorgen mijn eerste gedachte toen ik me enigszins moeizaam uit bed liet rollen vanwege mijn pijnlijke spieren en botten. Een logischer gedachte zou ongetwijfeld zijn geweest: ‘Oeps, ik word echt oud...’ Had ik nog in Nederland gewoond, dan denk ik dat ik dat wel gedacht zou hebben, maar hier in Griekenland weten we wel beter. Heel veel van de pijntjes en kwaaltjes die eigenlijk automatisch toegeschreven worden aan de voortschrijdende ouderdom, hebben gewoon alles te maken met het weer.  En ja, zo’n tien jaar geleden trok ik zelf ook mijn wenkbrauwen een beetje schamper op als mijn Griekse buurvrouw dit soort uitspraken deed.

Maar omdat zij niet de enige was die zoiets tegen me zei, begon ik onbewust toch een beetje op dat weer te letten als ik zelf met pijnlijke spieren en botten wakker werd. Het klopte negen van de tien keer, en zo heel vreemd is dat eigenlijk niet. Wie herinnert zich niet de verzuchting van onze moeders of leerkrachten: ‘Poeh, er komt vast storm, de kinderen zijn zó druk!’ Of deze waarschuwing van somber kijkende grootouders: ‘Neem een paraplu mee, er is regen op komst. Ik voel het aan mijn botten.’ Meestal doen we dat soort uitspraken een beetje lacherig af, maar waarom eigenlijk? Dat dieren weersveranderingen aan voelen komen, accepteren we al jaren, dus waarom zouden mensen dat dan niet kunnen voelen, er niet lijfelijk op reageren? We maken toch allemaal deel uit van diezelfde natuur?

Hier in Pilion leven de mensen nog steeds dicht bij die natuur. Ze zijn van oudsher niet anders gewend dan om hun leven in te delen aan de hand van de veranderende seizoenen. Zo vertelde mijn andere buurvrouw dat het in haar vaders jeugd normaal was om aan het eind van het voorjaar de naderende zomerhitte te vermijden door met het hele gezin en het halve huishouden vanuit de kustdorpen naar de bergdorpen te verkassen. Lopend, welteverstaan, en behalve de mensen en het huisraad werden dan ook meteen de geitjes en de schapen meegenomen naar de hoger gelegen weiden. Aan het begin van het najaar werd de tocht in omgekeerde volgorde afgelegd, waarna de wintermaanden doorgebracht werden aan de kust, omdat het daar ’s winters niet zo bar koud is als in de bergen. Ze woonden gewoon daar waar de temperatuur goed voor hen was, al leverde dat dus jaarlijks een flinke volksverhuizing op. Het kon zomaar zijn dat je je buren uit het bergdorp een hele winter niet zag, en andersom uiteraard ook. De vanaf 1 september nog steeds veelvuldig geuite wens ‘Kaló Ximóna!’ oftewel ‘een goede winter!’ waarmee je na de zomer afscheid neemt van je vrienden dateert uit deze periode. En u raadt het vast al: vanaf 1 april wens je elkaar hier: Kaló Kalokaíri!’ – een goede zomer. Allemaal te danken aan die jaarlijkse verhuizing.

Veel Grieken houden die verhuistraditie ondanks de veranderde hedendaagse maatschappij nog steeds in ere, zij het in een afgeslankte vorm. In de hete zomermaanden wordt de lange zomervakantie veelal doorgebracht in de oude familiehuizen in de bergdorpjes. Huizen die het grootste deel van het jaar leegstaan. Vrienden van ons wonen het hele jaar door in het hooggelegen Agios Georgios. ’s Winters is het dorp op een handjevol mensen na zo dood als een pier, maar ’s zomers stroomt het er vol met Griekse families en is er een bruisend cultureel leven. En ja, ook hier beneden is die zomer- en wintertrek, die blijkbaar nog steeds in de Griekse genen ingebakken zit, goed te merken, want ook ons dorp bevat in de zomer ineens driedubbel zoveel inwoners als in de winter. Mensen uit de stad die langdurige verkoeling zoeken aan de kust, terwijl de mensen van de kust die verkoeling juist weer zoeken in de bergen.

Ik kan me dat laatste steeds beter voorstellen, al vond ik het in het begin van onze emigratiejaren maar vreemd dat je juist in die heerlijke zomermaanden een plek met strand en zee wilt ontvluchten. Anderen tellen grof geld neer om hier een paar weken te mogen vertoeven, terwijl wij het dagelijks tot onze beschikking hebben. Nu, na al die lange, hete zomers begin ik echter zelf ook die zomertreklust te ontwikkelen. Natuurlijk is het fijn om in die stabiele warme zomermaanden nauwelijks last te hebben van stijve handen en pijnlijke botten, maar die langdurige hitte ga je op den duur toch ook in je lichaam voelen. Vermoeid, lusteloos, uitgeput... het hoort er allemaal bij als de hoge temperaturen langer aanhouden dan een paar weken, en dan heb ik het nog niet eens over dat korte lontje, dat steeds korter lijkt te worden naarmate het kwik stijgt.

Het pijnlijke lijf van vanmorgen mag dan niet fijn aanvoelen, het vertelt me wel dat de zomer ten einde loopt. Niet dat ik daar die pijn nou echt voor nodig had, hoor. Ik zie zonder dat ook wel dat het op de boulevard weer lekker rustig is. Zo rustig dat ik deze week zowaar een paar uurtjes hier in het dorp op ‘mijn’ kiezelstrandje heb gelegen omdat ik daar nu eindelijk weer in mijn uppie lig. Ik hou echt veel van mensen en gezelligheid, maar o, wat is het lekker om heerlijk rond te kunnen dobberen op mijn luchtbedje zonder anderen om me heen. Om het gekabbel van de golven weer te kunnen horen zonder het gekrijs van rondrennende kinderen op het strand. Om in stilte te kunnen staren naar de bergen aan de overkant van de Pagasitische Golf. En ach, als dat betekent dat die vervelende pijntjes bij het opstaan weer vaker aanwezig zullen zijn, dan is dat maar zo. Eén ding weet ik inmiddels heel zeker: met ouder worden hebben ze absoluut niets te maken... ;-)

Yiassou uit Pilion!

Wilma Hollander

 

 

Gerelateerd