Het kleurrijke bestaan van een Vlaardingse gauwdief

08-06-2018 Nieuws Redactie

VLAARDINGEN - In dit voor Vlaardingen historische jaar waarin we de Slag bij Vlaardingen van het jaar 1018 herdenken, brengt Vlaardingen24 iedere dag een verhaal uit het Vlaardingse verleden. We doen dat aan de hand van een oud krantenbericht. Vandaag 8 juni 1870: Het kleurrijke bestaan van een Vlaardingse gauwdief.

Ware het niet dat hij te vaak en te diep in het glaasje keek, dan was er voor de Vlaardinger B. S. misschien wel een succesvolle carriere als kleine crimineel weggelegd. Nu gaat hij toch voornamelijk als sukkelaar de boeken in. 

Fraaijer lotgevallen kan een dief voor zijn veroordeeling niet hebben, dan onze stadgenoot B. S., die reeds vroeger vijf jaar te Leeuwarden heeft gezeten en later nog eens zes maanden te Utrecht. Deze liefhebber had zondagnacht in de herberg Emaus op den weg naar Kethel eenige flesschen likeur, een hangklok en eenige porseleinen voorwerpen gestolen, toen een kussensloop opgezocht, ze daarin gedaan, eindelijk alles gewikkeld in het biljartlaken en was zoo op reis gegaan naar Kethel.

Onderweg snoepte hij echter zoo lustig van den parfait amour, dat hij beschonken in een sloot teregt kwam; daaruit weer opgekrabbeld, kon hij Kethel bijna bereiken, doch viel aldaar bij zijn vrachtje in slaap, waar hij 's morgens door den veldwachter gevonden en in verzekerde bewaring gebragt werd. Die bewaring was echter niet verzekerd genoeg, want terwijl de veldwachter naar den burgemeester van Vlaardingen was gegaan, brak de gevangene een plank van den trap, waaronder hij was opgesloten, aan stuk en stapte alweder met zijn vrachtje de wijde wereld in. 

Ondertusschen beraadslaagde de burgemeester wat te doen. Niemand in de gemeente had geklaagd, dat hem iets ontvreemd was, en reeds was last gegeven om den beschonkene, als hij bekomen was, weer vrij te laten — 't geen reeds niet meer noodig was — toen de eigenaar van de herberg zijn aangifte kwam doen. 

Nu zou men den — inmiddels reeds ontsnapten — dief aanhouden en ook eens zien, wat er in dien zak was, 't geen de veldwachter met bijzondere bescheidenheid tot nog toe niet had gedaan. Aan de Kethel gekomen, vond de Burgemeester, gelijk wij zeiden, den dief gevlogen waarschijnlijk naar Delft. 

Naar Delft dus ging de Burgemeester en vond daar... niemand. De ontnuchterde liefhebber van parfait amour had meer behoefte aan rust dan aan vermoeijenis gehad, en had midden in een weiland zich toegedekt met zijn biljartlaken en was in slaap gevallen. Hij werd daar echter gevonden en nu eindelijk voor den burgemeester gebragt. Hij bekende en is naar Rotterdam getransporteerd.

Gerelateerd
Reacties